dinsdag 23 september 2014

EVELYN NESBIT

Florence Evelyn Nesbit, geboren Florence Evelyn Nesbit (Tarentum25 december 1884 – Santa Monica17 januari 1967) was eenAmerikaans model en actrice, die vooral ook de geschiedenis in ging door haar betrokkenheid bij de moord op haar ex-minnaar, de architectStanford White, door haar echtgenoot Harry Kendall Thaw, ten tijde van het gebeuren betiteld als “the crime of the century”.


Nesbit werd geboren uit Schots-Ierse ouders en had nog één jongere broer. Haar vader was advocaat en overleed in 1893, kort nadat het gezin naar Pittsburgh was verhuisd. Zijn overlijden leidde tot een snelle verarming van het achterblijvende gezin. Evelyn trok echter met haar schoonheid al snel de aandacht van lokale kunstenaars en het model zitten werd later een belangrijke bron van inkomsten voor de familie.
In 1901, op 16-jarige leeftijd, verhuisde ze met haar moeder naar New York, waar ze voor professionele kunstenaars en fotografen poseerde, zoals kunstschilder Frederick Church, fotograaf Rudolf Eickemeyer en illustrator Charles Dana Gibson, die haar tekende in zijn beroemde reeks van Gibson Girls. Ook werd ze veelgevraagd als model in de modewereld en verscheen met grote regelmaat in kranten en tijdschriften.

In 1901, kort na haar aankomst in New York, ging Nesbit ook werken als “chorus girl” in de musical “Florodora” opBroadway. Daar werd ze als 16-jarige opgemerkt door de bekende 47-jarige architect Stanford White. White was gehuwd maar stond erom bekend zich vaak met jonge meisjes te omgeven. Hij had een door hem zelf ontworpen appartement op Madison Square Garden. Het appartement had een boven het woongedeelte een soort loft met spiegels vanuit alle hoeken, zware rood veloursgordijnen en zelfs een roodfluwelen schommel waarop zijn “stoeipoezen” naakt of bijna naakt konden plaatsnemen[1]. White nodigde Nesbit uit in zijn appartement. Tijdens het diner werd ze, naar ze later beweerde, dronken gevoerd met champagne. Ze kon zich nog herinneren dat ze met White de “spiegel-loft” betrad, op verzoek van White een gele satijnen kimono aantrok, maar daarna verloor ze het bewustzijn, om later in dezelfde ruimte naast White ontmaagd wakker te worden.


White liet Nesbit na korte tijd weer vallen voor andere jonge meisjes, waarna haar het hof werd gemaakt door de 19-jarige acteur en cartoonist John Barrymore, op wie ze vervolgens zwaar verliefd werd. Een huwelijksaanzoek sloeg ze echter af, vooral omdat haar moeder Barrymore financieel gezien geen attractieve partij voor haar dochter achtte. Met de hulp van White, aan wie Evelyn zich emotioneel nog steeds sterk verbonden voelde, werd geregeld dat ze naar een internaat in New Jersey ging, om haar een tijdje op afstand te houden van Barrymore[2].


Na enkele korte relaties met een polospeler en de zoon van een bekend uitgever, was de volgende man in Nesbits leven Harry Kendall Thaw, de zoon van een steenrijke kolen- en wegenbouwmagnaat uit Pittsburgh. Thaw was geheel bezeten door Nesbit en extreem jaloers. Hij was vooral geobsedeerd door de vroegere relatie tussen Nesbit en White (die hij consequent “het beest” noemde) en wilde daar tot in het kleinste details alles over weten. Zelf bleek Thaw een sadomasochist en was hij verslaafd aan cocaïne. Daarbij was hij ook niet ongevaarlijk en droeg hij bijvoorbeeld altijd een pistool bij zich om zijn “bezit” te verdedigen. Niettemin trouwden beiden in 1905, nadat Thaw Nesbit tijdens een Europese reis ten huwelijk had gevraagd.
In 1910 kreeg Nesbit een zoon, Russell William (tijdens de Tweede Wereldoorlog een beroemd piloot), waarvan ze zelf altijd is blijven volhouden dat Thaw de vader was, hoewel die zich toentertijd al enkele jaren in de gevangenis bevond en zelf zijn vaderschap altijd ontkend heeft.

Op 25 juni 1906 liepen Nesbit en Thaw White tegen het lijf in het restaurant 'Café Martin' en later opnieuw in het publiek tijdens een een uitvoering van de musical Mamzelle Champagne van Edgar Allan Woolf op Madison Square Garden. Midden tijdens de uitvoering van het lied 'I Could Love A Million Girls' stond Thaw plotseling op en schoot White recht in het gezicht, onder het uitroepen de woorden “Je zult deze vrouw nooit meer zien”. White was op slag dood.
Er volgden twee rechtszittingen. Tijdens de eerste zitting kwam de jury niet tot een eensluidend oordeel. Tijdens de tweede zitting zette Thaw in op tijdelijke ontoerekeningsvatbaarheid. Ook Nesbit werd als getuige decharge opgeroepen. Thaws moeder had haar een miljoen dollar en een “stille” scheiding beloofd als ze zou getuigen dat White haar had verkracht en dat Thaw enkel had geprobeerd haar eer te redden. Dat deed ze, ze kreeg haar scheiding, maar het geld heeft ze nooit ontvangen. Moeder Thaw blokkeerde per direct alle geldstromen naar Nesbit.
Thaw zat zijn straf uit in het Matteawan State Hospital for the Criminally Insane in Beacon (New York), waar hij grote vrijheden genoot. In 1913 ontsnapte hij nog korte tijd naar Canada, maar werd snel opgepakt en weer uitgeleverd aan de Verenigde Staten. In 1915 werd hij genezen verklaard om vervolgens direct vrijgelaten te worden. Na zijn vrijlating genoot hij het aanzien van een held die een onschuldig meisje gewroken had.

In de jaren na het proces tegen Thaw bouwde Nesbit een bescheiden carrière als vaudeville-artieste en filmactrice op (waarbij ze ironischerwijze vooral vrouwen speelde met twijfelachtige reputaties). In 1916 huwde ze met haar danspartner Jack Clifford, maar in 1918 gingen ze weer uit elkaar.
Nesbit raakte verslaafd aan alcohol en morfine en deed meerdere zelfmoordpogingen. In 1926 gaf de toen werkeloze Nesbit een interview aan de New York Times waarin ze zei zich met Thaw te hebben verzoend, klaarblijkelijk in de hoop hem weer terug te kunnen winnen. Ze werd daarin echter teleurgesteld. Thaw overleed in 1947 in Miami aan een hartaanvalen liet Nesbit van zijn miljoenenvermogen slechts 10.000 dollar na.
Op latere leeftijd werkte Nesbit als keramieklerares in Northfield (New Jersey). In 1955 was ze nog als adviseur betrokken bij de verfilming van haar leven onder de titel The Girl in the Red Velvet Swing, met in de hoofdrol Joan Collins). Ze overleed in 1967, op 82-jarige leeftijd en werd begraven in Culver CityCalifornië.
Nesbit publiceerde twee keer haar memoires, The Story Of My Life (1914), en Prodigal Days (1934). E. L. Doctorow verwerkte Nesbits levensverhaal in zijn roman Ragtime , welke in 1981 door Milos Forman verfilmd werd met. Elizabeth McGovern als Evelyn.


"Portrait of Evelyn Nesbit" (1901) by James Carroll Beckwith




Nesbit met haar zoon 1913


Stanford White

Thaw





Stanford White
Stanford White, ca 1900

Evelyn as Vashti 1902
Evelyn (L) as Vashti the gypsy in the 1902 production of “The Wild Rose.”

Evelyn on the witnes stand
Evelyn testifying at her husband’s murder trial, 1907.

Evelyn Nesbit with Joan Collins
Evelyn (L) with Joan Collins on the set of “The Girl in the Red Velvet Swing,” 1955.






Rare nude study of Evelyn Nesbit Thaw [maybe] by Rudolf Eickemeyer Jr.


donderdag 7 augustus 2014

FELICIEN ROPS

Félicien Joseph Victor Rops (Namen7 juli 1833 - Essonnes23 augustus 1898) was een Belgisch graficusschilder en karikaturist. Zijn werk is veelal satanistisch en licht pornografisch getint. De vrouwenfiguren, die de verleiding en het Kwaad personifiëren, zijn doorgaans gemodelleerd naar de Vlaamse meisjes waar Rops zo verzot op was.
Rops leefde in een tijd waarin de kerkelijke overtuigingen en dogma's door het opkomende rationalisme flink 'onder vuur lagen'. Op jonge leeftijd bezocht Rops een jezuïetenschool. Hij maakte al vroeg satirische prenten waarin hij de hypocrisie van de kerk aan de kaak stelde. Dit soort prenten publiceerde hij bijvoorbeeld in het blad Uylenspiegel, dat hij met geërfd geld in eigen beheer uitgaf toen hij in Brussel studeerde.
Zijn verdere leven bracht hij voornamelijk in Wallonië (onder meer in de Colonie d'Anseremme) en Frankrijk door.
Op latere leeftijd onderhield Rops nauwe contacten met symbolistische dichters. Hij illustreerde meerdere uitgaven, bijvoorbeeld: Les épaves, een selectie uit Baudelaires Les Fleurs du mal.
Rops koesterde zijn onbekendheid en wilde niet beroemd zijn bij de massa van zogenaamd nette en eerlijke mensen, waar hij op neerkeek en van walgde.

Mijn ziel zit opgesloten in mijn lichaam zoals een uitgehongerde tijger in een stalen kooi en mijn vreselijke hartstochten brullen net als hij. Iedereen lijkt me zo klein en armzalig, zonder enige klasse, handelsreizigers in hun armzalige erotiek.
Félicien Rops

James Ensor noemt hem ‘un cornichon’, maar voor Charles Baudelaire is hij ‘le seul véritable artiste que j’ai trouvé en Belgique’. Wanneer Félicien Rops op zijn dertigste een meester van de graveerkunst is, trekt hij naar Parijs. Daar ontmoet hij Auguste Poulet-Malassis, een van de belangrijkste uitgevers van het moment. Voor hem is Rops meer getalenteerd dan eender wie van zijn generatie, en de bestellingen voor boekillustraties volgen: Mallarmé, Verlaine en vooral Baudelaire, met wie Rops een hechte band heeft. Want ook de dichter is geobsedeerd door het beeld van ‘een man die het lichaam van zijn minnares alle bedwelmingen schenkt die zijn mond maar kan bedenken of twee vrouwen die elkaar bedelven onder kussen…’ En Félicien Rops voegt de daad bij het woord. In 1869 ontmoet hij de twee jonge modeontwerpsters Léontine en Aurélie Duluc. Hij is hopeloos verliefd op beide meisjes, kan niet kiezen en leeft met de twee zusjes in een gedroomde ‘ménage à trois’: Léontine schenkt hem een dochter, en Aurélie een zoon, die slechts enkele dagen zal leven. Rops is een gelukkig man en een gevierd kunstenaar. ’s Avonds flaneert hij langs de ‘Boulevard des Italiens’ met zijn vrienden Baudelaire, Courbet en Degas en hij geniet in Parijs met volle teugen van ‘het immer levendig en artistiek geestdriftig leven, het ware moderne leven’.
In een brief van 1879 speelt Rops met het idee om voor zijn erotische schilderij ‘Pornokrates’ luikjes te laten aanbrengen zodat het onttrokken kan worden aan de blikken van een publiek dat er niet klaar voor is. Alleen de ‘echten’ mogen het werk ‘in levenden lijve’ zien. In 1955 vraagt Jacques Lacan aan André Masson om een scherm te schilderen voor Courbets ‘L’Origine du Monde’… ‘L’histoire se répète.’





Felicien Rops

"Pornokrates" - Felicien Rops

"Pornokrates"
Felicien Rops



"The Temptation of Saint Anthony" - Felicien Rops
"The Temptation of Saint Anthony"
Felicien Rops

"Death at the Ball" - Felicien Rops
"Death at the Ball"
Felicien Rops

"In de coulissen"




"De dame met de ledenpop"


File:Félicien Rops - L'entr'acte de Minerve.jpg
L'entr'acte de Minerve


Felicien Rops, herhaling
"Herhaling"

http://www.museerops.be/




Provinciaal museum Félicien Rops

Provinciaal museum Félicien Rops
© Jean-Luc Laloux
  • Adres:

    Rue Fumal 12 
    5000 NAMUR
     



Het museum is ondergebracht in een oud herenhuis in het hartje van het oude Namen, vlakbij het geboortehuis van de kunstenaar (1833-1898). Alle belangrijke thema's, aangesneden door Rops, komen er aan bod (de vrouw, de liefde, de begeerte en de dood), vanaf het begin van zijn carrière als tekenaar van spotprenten in Brussel tot aan zijn bevestiging in Parijs. Regelmatig staan er tijdelijke tentoonstellingen over de 19de eeuw en de tekenkunst op het programma. Het museum geeft ook talrijke publicaties 
uit.


donderdag 31 juli 2014

Rudolph Valentino (Castellaneta (Italië), 6 mei 1895 – New York City (VS), 23 augustus 1926) was een Italiaans acteur. Zijn echte naam was Rodolfo Alfonso Raffaello Piero Filiberto Guglielmi. Valentino wordt gezien als een van de eerste sekssymbolen, hij werd wel "The Great Lover" (De grote minnaar) genoemd.

Valentino werd geboren in de Zuid-Italiaanse regio Apulië in het jaar dat de film werd uitgevonden, 1895. Zijn moeder Marie Berthe Gabrielle Barbin (18561919) was van Franse komaf; zijn vader Giovanni Antonio Giuseppe Fidele Guglielmi (?-1906) Italiaan. Hij had een broer, Alberto (18921981), een jongere zus Maria en een oudere zus Beatrice, die al op jonge leeftijd stierf.
De jonge Rodolfo had een levendige fantasie en was goed belezen, maar als scholier was hij onverschillig. Het feit dat zijn vader stierf toen Rodolfo pas 11 jaar was wordt door sommigen gezien als een oorzaak. Toen hij 15 was werd hij door de militaire academie geweigerd, omdat hij niet voldeed aan de fysieke eisen. Uiteindelijk studeerde hij agrarische wetenschappen in Genua. Na zijn studie vertrok hij naar Parijs, waar hij leerde dansen.
In 1913 vertrok Valentino naar de Verenigde Staten, op advies van zijn vriend Domenico Savino. Hij kwam in New York aan opkerstdag van dat jaar. Toen zijn spaargeld op was hield hij zich in leven met baantjes als bordenwasser en tuinman. Uiteindelijk vond hij werk als professioneel danser en dansinstructeur. Hij was enige tijd aangesloten bij een operettegezelschap, dat echter tijdens een tournee in Utah uiteenviel.
Valentino vertrok naar San Francisco, waar hij acteur Norman Kerry ontmoette. Kerry haalde hem over zijn geluk in de (stomme) film te beproeven.
Rudolph Valentino had een aantal bijrolletjes gespeeld (meestal als gangster) toen hij in 1919 trouwde met Jean Acker. Acker was een actrice met Cherokeebloed, een huwelijk dat niet lang stand zou houden. Acker bleek lesbienne en sloot Valentino al in de huwelijksnacht buiten de hotelkamer. De scheiding werd in 1922 uitgesproken.
In 1921 ontmoette hij Natacha Rambova, een kostuumontwerpster en protegee - en wellicht geliefde - van actrice Alla Nazimova. Valentino en Rambova trouwden op 13 mei 1922 in Mexico, hetgeen hem op een aanklacht wegens bigamie kwam te staan. De scheiding van Acker was op dat moment weliswaar al uitgesproken, maar de Californische wet van die tijd schreef voor dat scheidende paren minimaal een jaar moesten wachten voordat zij opnieuw konden trouwen, hetgeen Valentino en Rambova dan ook deden.

Valentino werd door scenarioschrijfster June Mathis ontdekt en onder de aandacht gebracht van regisseur Rex Ingram. Dit leverde hem een hoofdrol op in de film The Four Horsemen of the Apocalypse die in 1921 werd uitgebracht en een groot succes bleek. Valentino was op slag een ster en werd gecast voor de films die hem wereldberoemd zouden maken: The Sheik en The Son of the Sheik.
In 1922 bevestigde Valentino zijn status als belangrijkste mannelijke acteur van dat moment met zijn hoofdrol in de film Blood and Sand, waarin hij met Lila Lee en Nita Naldispeelde. Een jaar later kwam echter het tot een conflict met Paramount Pictures, ten gevolge waarvan Valentino geen films mocht maken bij andere maatschappijen. Om toch zijn populariteit te beschermen en te voeden gingen Valentino en Rambova op danstournee. In deze periode toerde het gezelschap ook in Europa, waarbij hij zijn geboortestad bezocht.
Terug in de VS in 1925 kwam Valentino onder contract bij United Artists. Saillant detail van het contract was de clausule dat zijn vrouw Rambova niet op de filmsets mocht worden toegelaten, zij werd gezien als de oorzaak van vertragingen bij eerdere films. Valentino verliet Rambova niet veel later en had een relatie met de Poolse actrice Pola Negri.
In een artikel in de Chicago Tribune in 1926 werd Valentino aangevallen wegens het 'vervrouwelijken' van de Amerikaanse man. Valentino reageerde woedend en daagde de auteur van het stuk uit tot een bokswedstrijd, een uitdaging die echter niet werd aangenomen.
Later dat jaar, op 15 augustus stortte Valentino in in een hotel te New York. Hij werd met succes geopereerd aan een maagzweer en leek goed te herstellen. Eenbuikvliesontsteking echter was de oorzaak van zijn overlijden, acht dagen later, op de leeftijd van 31 jaar.

wehadfacesthen:

Rudolph Valentino










Rudolf Valentino and Natasha Rambova, 1921  [::SemAp FB || SemAp G+::]



Jean Acker


woensdag 30 juli 2014

BLAUWE HORTENSIA

Blauwe hortensia

Zoals het laatste groen in de verfpot
   Zijn de droge bladeren ruw en dof
Achter bloesemschermen,die licht wiebelen,
   Hun blauw niet dragen,maar van verre spiegelen.
Ze spiegelen het betraand en vaag
   Als wilden ze het gauw weer kwijt;
In oud blauw briefpapier,in elke laag
  Zit ook dat geel,en violet,en blauwig krijt.
Een verwassen tint als van een kinderschort
   Die versleten is,niet meer gedragen wordt:
Wat is dit kleine leven kort.
    Maar plotseling schijnt het blauw zich te vernieuwen in een der bloesemtrossen,en men ziet
    Een roerend blauw blij voor het groen uit krieuwen.

Rainer Maria Rilke
















dinsdag 29 juli 2014